top of page
De bron van Bavalon Nathalie Teirlinck

De Bron van

BAVALON

Sprookje geschreven door 

Nathalie Teirlinck

Er was eens heel lang geleden in de vallei van Bavalon - een plaats zo mooi als de zon- een wonderbaarlijke bron, die al duizenden jaren de stad in regenboogkleuren hullen kon. Iedereen was er gelukkig, pijn bestond er

niet. kinderen hadden mooie dromen, nergens was er stil verdriet. Nooit elders kwamen mensen -van zo ver men maar denken kon- , om te ontdekken en te voelen, het prachtige wonder van de bron van Bavalon. Maar ver over de bergen waar de kleuren nooit reiken konden, woonde een boze heks vol snode plannen en diepe zonden. En op een donkere nacht in een woud van duizenden regenbogen, kwam ze snel als een vleermuis opnieuw naar Bavalon gevlogen. Maar echter daar, wanneer ze het allerminst had verwacht, hadden de dappere ridders van de koning haar verborgen opgewacht. En toen ze landde in het prachtige woud vol hoge sprookjesbomen, werd ze daar onder de sterrenhemel voor eens en altijd gevangen genomen. Ze belandde in een kerker zo klein en verscholen voor de zon, waar haar duistere toverkrachten het niet eens meer tegen opnemen kon. Maar in plaats van weg te kwijnen was haar wraak;  de vloek van Bavalon. 

Ze mengde de spinnen en kevers van de oude kerkermurenmet de ochtenddauw en de warmte van duizend vuren. Deze kracht verspreidde ze zo hard als ze konen bracht een duistere nevel boven het anders zo lieflijke Bavalon. Ze droogde de hemelse bron zodat deze zicht niet meer met de zon vermengen kon. De regenboogkleuren verdwenen, nergens was muziek noch lied,overal klonken donderslagen, mensen gehuld in diep verdriet.Bloemen verwelkten, het sprookjesbos was vergaan,de straten en pleinen waren leeg, aan de hemel was geen zon meer en geen maan. Het was in die duistere stad dat op een zekere dag,een prinsesje zo mooi en lief in de armen van de koningin lag. Ze had goudblonde haren als de zon, een witte huid als maneschijn. Zo mooi en intens dat het prinsesje zowel een beetje maan als zon kon zijn.De mensen kwamen uit hun huizen, verbaasd door het plotselinge licht. Ze dankten de hemel en na zoveel jaren verscheen een glimlach op hun gezicht. En toen begon het stromen van de bron, als een wonder, weer opnieuw. Over de stad verscheen een paradijselijke kleurenpracht, nog mooier dan voordien. En diep in de kleine, grijze kerker jammerde de boze heks en kon niet anders dan geloven,dat iemand op deze aarde haar vloek voorgoed had kunnen doven. Ze kwijnde stilaan weg en zal nooit hebben geweten en verwacht,dat gewoon de puurheid van de kleine prinses zoveel sterker was dan elke toverkracht.

                                           

                                                              - Einde
 

bottom of page